Het eiland Terschelling
Terschelling is een prachtig eiland in de Waddenzee. De totale lengte van het eiland is zo'n 30 km en gemiddeld 3,5 km breed. Het landschap wisselt zich af door duinlandschappen, bos, weilanden, het strand en natuurlijk de dorpen. Terschelling heeft een zeer bijzonder stuk Europees natuurgebied aan de oostkant van het eiland genaamd 'De Boschplaat'. Dit gebied strekt zich uit over zo'n 11 kilometer. Het is tijdens het broedseizoen niet vrij toegankelijk omdat hier vele bijzondere vogels broeden. Het eiland is dan ook onder vogelaars zeer geliefd. Op Terschelling wonen zo'n 4800 mensen, verspreid over 14 dorpen. Het grootste dorp is West Terschelling, waar de boot aankomt.
Het eerste wat bij aankomst opvalt is de 55 meter hoge vuurtoren 'De Brandaris'. Dit is de oudste nog in werking zijnde vuurtoren, al ruim 400 jaar lang. Dan slingert de weg zich 'om' oost, en verspreid langs de weg liggende andere dorpen.
Terschelling heeft een zeer breed (soms 1 km) strand, zeer geschikt voor strandzeilen, vliegeren en andere vormen van recreatie. Je treft hier tijdens warme dagen in de zomer geen overvolle stranden aan waar men gedwongen word om zij aan zij met de buurman te liggen. Ook is er zomers toezicht door de strandwacht die hier posten hebben staan.
Al het bos op Terschelling is aan het begin van deze eeuw aangeplant in het oude duingebied. Het hout uit deze bossen was bestemd voor de mijnbouw in het zuiden van het land. Het bos heeft een gevarieerd aanbod van naald en loofhout.
Aan de noordkant van het eiland bevinden zich de duinen. Eerst zijn er de jongere weinig begroeide duinen, landinwaarts liggen de oudere binnenduinen met een rijke plantengroei. De duinen zijn over het algemeen vrij toegankelijk over de paden. In de duinvalleien kan men de Amerikaanse veenbes aantreffen oftewel de Cranberry. Dit plantje dat van oorsprong uit Amerika afkomstig is, heeft zich zeer goed aangepast.
Verder zuidelijk strekt zich de Terschellinger polder uit. De polder wordt voornamelijk gebruikt voor veeteelt. Aan landbouw wordt weinig tot niets gedaan. Achter de polder ligt de Waddenzeedijk.
Onderaan de dijk begint een onvergetelijke ervaring. De getijden hebben hier vrij spel. Het eb en vloed brengen steeds weer een nieuwe voedselvooraad voor de vele planten, schelpdieren, vissen en natuurlijk de vogels.